![]() |
|
|
Er waren korenbloemen, papavers Er was veel avondrood |
De koekoek zingt dichtbij en ver Wat voorbij is verdampt, Hoge wolken lage nevelslierten |
|
Niet naar niemandsland Het kind wist |
Smokkelpad Ergens klinkt een accordeon En de wind tokkelt |
|
Hoe anders Hoe anders dan Ik ben die ik ben Die ik ben |
|
Er staat in buurmans tuin een leven van licht de zon te vangen, Lier voor gezangen |
|
Uit de latyrus stijgt van de appelboom. Het lijkt grijpbaar, Ben ik de eigenaar |
|
Volle maan. Het zwart de woelige wolkenstrijd. als snippers van een brief. je bent mijn lief. |
|
Vuurman zweeg en vogels zongen vol, Geduldege plicht en binnend gewin t Schiensel van zunne wuir bloudrood, |
Eerste drij steerns! En Vuurman gebood: In dit zo grode kosmische gebaauw diamanten stroalden deur t valend duuster.
|